EEN FATALE WENK IN PRINCENHAGE

Schrijver
Peter Bak
Locatie
Polizeigefängnis Haaren
Thema
Verzet

Beroepsmilitair Petrus Johannes (‘Piet’) van Gils zet in 1942, als verspreider van het verzetsblad Vrij Nederland, zijn eerste stappen op het pad van het verzet. Begin 1943 gaat hij naar de rijen van Trouw over en wordt als verspreider in West-Brabant werkzaam. In februari 1944 wordt Jan van der Laan, een Groningse winkel­bediende die een van de leidende Trouw-verspreiders is, gearresteerd. Van Gils heeft regelmatig contact met hem gehad en weet dus dat hij op zijn tellen moet passen. Vlak voor zijn arrestatie heeft Van der Laan hem op het hart gedrukt een verdacht adres in Princenhage, onder de rook van Breda, te mijden.

Op 13 maart 1944 gaan Van Gils en zijn vrouw Emilie op familiebezoek in Princenhage. Hun weg voert door de Oranjelaan, langs dat ‘besmette’ adres. De vrouw des huizes ziet Piet en Emilie en wenkt ze binnen te komen. Het echtpaar is nog niet in huis of de Sicherheitsdienst (SD) stormt binnen en arresteert Van Gils en zijn vrouw. Piet wordt naar de Polizeigefängnis in Haaren afgevoerd. Emilie belandt in het Kasteel van Breda, het gebouw van de Koninklijke Militaire Academie, dat als SD-bureau in gebruik is. Na twee weken komt Emilie vrij.

In Haaren beleeft Piet van Gils vreselijke weken. De verhoren gaan tot diep in de nacht door; twee sessies duren zelfs 24 uur nonstop. Ook wordt Piet zwaar mishandeld: hij verliest twee kiezen. Uiteindelijk houdt het hij niet meer en geeft informatie prijs. De verhoren stoppen, het bange wachten breekt aan. Inmiddels zitten al meer dan dertig verspreiders en drukkers van Trouw in Haaren vast. Hun gang naar de rechter lijkt een kwestie van weken, misschien een paar maanden. Dat er dan doodvonnissen zullen vallen, is wel zeker. In de loop van juli 1944 haalt Hitler echter een streep door de berechting van verzetsstrijders. Maar SD-baas Rauter wil de Trouw-zaak koste wat het kost voor de rechter brengen en krijgt hiertoe vanuit Berlijn toestemming.
Piet van Gils’ schoonzus Mientje Proost, die een klein jaar eerder is gearresteerd wegens haar werkzaamheden voor een inlichtingenorganisatie, zit ook in Haaren. Ze kan Piet zien als hij op de binnenplaats wordt gelucht. Soms kan ze zelfs enkele woorden met hem wisselen. Begin augustus 1944 ziet ze hem niet meer. Een Flurwärter, een gevangene die eten rondbrengt en de gangen boent, kan Mientje geruststellen: ‘Piet is op transport, het proces komt niet voor.’ Het blijkt niet waar te zijn. Op 5 augustus 1944 staan de Trouw-jongens in kamp Vught voor het SS-Standgerecht. Vierentwintig van hen, allen verspreiders, krijgen de doodstraf. Slechts één van hen krijgt gratie. De 23 andere ver­spreiders worden geëxecuteerd. Piet van Gils staat op 10 augustus 1944 voor het vuurpeloton.

Zijn weduwe bevalt drie maanden later van een zoon, die de naam van zijn vader krijgt. Diens achternaam prijkt sinds 1976 op een straatnaambord in Zevenbergschen Hoek. Het dorp was tot 1997 deel van de gemeente Zevenbergen, de geboorteplaats van Piet van Gils, die een wenk in een laan in Princenhage fataal werd.

Historisch kader Polizeigefängnis Haaren

Het grootseminarie van Haaren was vanaf januari 1943 een Polizeigefängnis: een politiegevangenis. In het grote gebouw werden honderden mensen – vooral verzetsmensen – gevangen gehouden. De gevangenen hadden het in sommige opzichten redelijk goed: er was bijvoorbeeld genoeg te eten en er was een bibliotheek. Maar Haaren was voor veel gevangenen vooral een ellendige plek: dagenlange verhoren, martelingen, eenzame opsluiting. Tegen het einde van de oorlog in Brabant werden veel gevangenen uit Haaren geëxecuteerd of op transport gesteld naar Duitsland, waar ze alsnog omkwamen.

Lees hier meer over de Polizeigefängnis Haaren: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/952/haaren%2C-monument-in-het-voormalig-grootseminarie

FOTO
Piet van Gils
Bron: Nationaal Monument Kamp Vught

SAMENWERKENDE PARTNERS