IK HEB JE VADER ONDER DE VLOER VERSTOPT

Schrijver
Marlon van den Bergh
Locatie
Frankrijkstraat 40, Eindhoven
Thema
Verzet

Tijdens de oorlog spoorde de Sicherheitsdienst (SD) staatsvijanden op. Tot deze groep behoorden onder andere Joden, communisten en verzetsmensen. De SD was opgericht door de Duitse nazipartij, de NSDAP, als onderdeel van de SS. Sommigen probeerden aan deze opsporingen te ontkomen door naar neutraal gebied te vluchten of onder te duiken. Anderen ondernamen geen voorzorgsmaatregelen en leefden met het grote gevaar om gepakt te worden.

In 1937 verhuist de familie Bruining naar Frankrijkstraat 40 in Eindhoven. Vader Hajo is werkzaam bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips en moeder Nora zorgt thuis voor de vier kinderen. De oudste, dochter Annette, lijdt aan tuberculose en brengt haar dagen verplicht door op bed. In 1942 krijgt de kleine Annette alle gebeurtenissen mee vanuit bed. Zo weet ze dat haar vader via een kastje met allerlei knopjes berichten naar Engeland verstuurt. Vader blijkt in het geheim mee te werken aan het verzet. “Niets vertellen en niet over praten”, wordt haar steeds gezegd.

In 1943 regelt Hajo voor een Joodse arts, genaamd Betty Levi, een onderduikadres: zijn eigen huis aan de Frankrijkstraat. De geheime verzetspraktijken brengen de familie Bruining in gevaar. Een klein jaar na de intrek van de nieuwe bewoonster wordt er ’s nachts hard op de voordeur geklopt. Het zijn agenten van de Sicherheitsdienst, die op zoek zijn naar Hajo. Ook Annette schrikt wakker van al het lawaai. Niet veel later komt moeder haar kamer binnen: “Ik heb je vader onder de vloer verstopt, maar het luikje sluit niet goed. Het zeil ligt er bol overheen.” Ze pakt haar half slapende dochter op en brengt haar naar de andere slaapkamer. “Ik draag je over naar vaders bed, omdat het nog warm is. Doe maar of je slaapt.”

Wanneer moeder beneden de deur open doet voor de mannen van de SD, ziet Annette de zender van haar vader staan. Moeder probeert de SD nog te overtuigen dat haar man niet thuis is, maar het is tevergeefs. Vlug stopt Annette de zender onder de dekens en schopt het naar het voeteneind. Samen met vaders pantoffels, die nog voor het bed stonden. De mannen lopen de trap op. De deur gaat open en moeder richt een zaklantaarn op het bed. Het laken wordt van Annettes gezicht getrokken. “Dit is mijn dochtertje,” zegt moeder. “Ze is erg ziek. Ze heeft tbc.” De mannen laten het laken direct los. Daar moeten ze niets van hebben!

De mannen doorzoeken de rest van het huis en wanneer ze ook de zolderkamer van Betty Levi betreden, vertelt moeder gauw dat Betty de kinderjuf is. Betty ligt in bed te slapen en alleen haar blonde krullen steken boven de dekens uit. De SD trapt erin en gaat naar buiten. Het gevaar is echter nog niet voorbij. De mannen zijn niet van plan weg te gaan voordat ze Hajo hebben gevonden. Eén van de mannen houdt wacht bij de voordeur, de ander achter het huis. De hele nacht blijft vader verstopt in de kleine ruimte onder de vloer. Moeder doet alle lichten uit en gaat naast Annette liggen. In de ochtend laat moeder de kat naar buiten via de voordeur. Er staat niemand meer. Daarna haalt ze kolen uit het schuurtje achter, ook daar is niemand meer te bekennen. Vader haast zich, met het kerkboek van het dienstmeisje onder zijn arm, naar buiten en voegt zich bij de voorbijgangers die op weg zijn naar de kerk. Zo bereikt hij het Rijks Krankzinnigengesticht. De directeur, een vriend van Hajo, laat hem opnemen als een van patiënten om hem te verstoppen voor de bezetter. Betty Levi vindt een ander, veilig onderduik­adres in Eindhoven.

Niet veel later werd Eindhoven bevrijd en keerde Hajo terug naar huis. Al bleef de angst voor gevaar niet weg. Het Ardennenoffensief hield iedereen in spanning. Grote angst dat de Duitsers Eindhoven zouden heroveren. Direct na de bevrijding van Nederland ontving Hajo in de Ridderzaal in Den Haag een onderscheiding van de Engelse regering en werd hij lid van de Order of the British Empire. Hajo zei “de oorlog is voorbij”. Hij sprak er nooit meer over. Betty Levi emigreerde naar Israël en behield contact met de familie Bruining.

Historisch kader Sicherheitsdienst

In 1931 werd de Sicherheitsdienst (SD) opgericht als veiligheids- en inlichtingendienst van de SS, de Schutzstaffel. De SS en SD behoorden tot de Duitse nazipartij, de NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij). De SD verzamelde informatie over tegenstanders en spoorde tijdens de oorlog staatsvijanden op. Staatsvijanden waren bijvoorbeeld Joden, communisten en verzetsmensen. De personen die werden opgepakt liet de Sicherheitsdienst deporteren naar werk-, gevangenis- of concentratiekampen.

Lees hier meer over de Sicherheitsdienst: https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/28333/de-sicherheitsdienst-had-vrij-spel.html

Bronnen:

FOTO
Frankrijkstraat 40, Eindhoven
(Afbeelding: privébezit Annette Haas-Bruining, z.j.)

SAMENWERKENDE PARTNERS