DE DUBBELE BUITENSPELVAL

Locatie
Oisterwijk

Schrijver
Eric Alink

Het moet op 2 mei 1940 muisstil zijn geweest in de kleedkamer van PAZO. Waarschijnlijk keken ook de voetbalvrienden Koos en Alfred naar de grond. Zeldzaam, zo’n nederlaag: met 0-8 van het Tilburgse SET – oftewel Strijd En Triomfeert – verliezen. Nog wel op hun eigen Oisterwijkse terrein! Snelle revanche liet op zich wachten. Acht dagen na het kleedkamertafereel brak de oorlog uit. Niet binnen maar buiten de lijnen van de Nederlandse voetbalvelden.

Twintig jaar oud waren de voetbalvrienden. Koos Diepens kwam uit een katholiek Oisterwijks gezin met tien kinderen. De protestantse Alfred Wolter was van Duitse komaf. In 1928 was het gezin van Neumünster naar Oisterwijk geëmigreerd. Vader Fritz ging aan de slag bij Koninklijke Lederfabrieken Oisterwijk.

Koos en Alfred leerden elkaar na de lagere school kennen. Hun vriendschap steeg uit boven nationaliteit, geloof of ideologie. Wat hen extra verbond: Alfreds verkering met Zus Diepens, een zus van Koos. Ook zaten ze in hetzelfde elftal van PAZO, de arbeidersvoetbalclub die aan de lokale schoenfabriek van Paijmans en Zonen verbonden was. In geel-groen wervelden ze over het veld. Samen zagen ze elk gevaar naderen. Op die ene dubbele buitenspelval na.
Een dag in maart 1941. Post voor Alfred Wolter. Het is een oproep: als Rijksduitser moet hij in dienst van de Wehrmacht. Met grote tegenzin reist Alfred af. Zal hij zijn moeder nog terugzien, die zich al jaren over twee Joodse kostgangers in huize Wolter ontfermt? Zal zijn vader, die af en toe in NSDAP-uniform rondloopt, het dubbele kostgeld 
boven zijn sympathie voor het nationaalsocialisme blijven stellen? Zal Alfred ooit de mond van Zus hervinden? En zal hij overwinningen met Koos vieren? Voorlopig is het 1-0 voor het kwade.

Twee jaar later kan ook Koos de buitenspelval niet ontlopen. Hij wordt verplicht in Duitsland tewerkgesteld, samen met broer Theo. In januari 1943 vertrekt hun trein naar Keulen. Onderweg krijgen ze knollensoep en diarree. Hun eind­bestemming: de walsfabriek van Thyssen in Duisburg. Van nieuw staal naar doorzeefd staal: zeventienhonderd kilometer verder woedt de slag om Leningrad. Daar loopt Alfred rug- en beenletsel op. Voor even mag hij in de lente van 1943 terug naar Nederland. Een buitenkans! In het ziekenhuis van Breda proberen Alfred en Zus – hun monden spreken nog dezelfde taal – de arts te overreden om het herstel te vertragen. Het is vergeefs. Alfred moet terug naar het oostfront.

In Duisburg is Koos hun oude voetbalwijsheid – ‘zoek altijd openingen’ – evenmin vergeten. Elke drie maanden krijgt hij verlof, maar na een bezoek aan het gouden huwelijksfeest van zijn grootouders in juni 1943 besluit hij om niet terug te keren naar Duitsland. Broer Theo doet mee. Maar hun vrijheid is van korte duur. Na arrestatie en zes weken straf­arbeid in kamp Amersfoort moeten ze terug naar Duisburg. Begin 1945 zien Koos en Theo opnieuw kans de benen te nemen. Huiswaarts!

Ze hebben Oisterwijk bereikt. Maar na de oorlog heeft Koos nooit meer gevoetbald. Van hem hoefde het niet meer, nu Alfred jaar in jaar uit vermist bleef. Geen voet­balbokalen in huize Diepens. Wel aardenwerken potjes uit Rusland, die Alfred aan zijn verloofde had gestuurd. Zus Diepens zou ze nog lang koesteren.

FOTO
Het voetbalteam van Koos Diepens en Alfred Wolter
Bron: van den Oord, A. (2012) Gestolen Jeugd. In Brabant – Nummer 2 April 2012

SAMENWERKENDE PARTNERS