DE DROLLEN VAN DE HOND

Locatie
In de kolenruimtes van de kerk, naast het huis van de familie Biemans, in Bergeijk

Schrijver
Marlon van den Bergh

Niet overal was er sprake van grof oorlogsgeweld. Vaak konden de kinderen onbezorgd spelen. Voor hen was de oorlog een groot avontuur, iedere dag was er wel iets te beleven.

Zo woonde naast de kerk in Bergeijk de familie Biemans met zeven kinderen. Het leven gaat daar z’n gangetje. Moeder Lien zorgt iedere dag voor het eten en doet het huishouden. Tegen de avond doet zij de was. Vader Johan senior werkt als tuinman bij de paters, waar hij ook de verwarming onderhoudt. Iedere avond zorgt hij dat de verwarming in de ovenruimte van de kerk brandt. Hij neemt dan de was van moeder mee, om in die ruimte te drogen. Iedere morgen, nog voor zonsopgang, haalt vader de droge was weer op.

De oudste zoon, de tienjarige Johan Biemans, is erg oplettend en vindt de oorlogsgebeurtenissen ontzettend interessant. Zo merkt hij dat wanneer alle kinderen op bed liggen, zijn ouders en de buren stiekem naar Radio Oranje luisteren vanuit een radio die verstopt is in het kippenhok. Zijn vader doet hier erg geheimzinnig over en als Johan op zoek is naar antwoorden op zijn vragen, komt er dikwijls hetzelfde antwoord. “Dat neem ik mee in mijn graf” zegt vader dan. Hierdoor krijgt Johan het idee dat er meer gaande is.

Als de avond valt, is het voor vader weer tijd om de verwarming te gaan stoken. De schone was staat klaar om meegenomen te worden. Wat stemmen ze dat toch goed op elkaar af, denkt Johan. De was van het hele gezin is echter vandaag zo zwaar dat moeder aan Johan vraagt om een handje te helpen. Johan loopt samen met zijn vader door de donkerte over het kerkhof naar de verwarmingsruimte achter de kerk. Ze openen de deur, gaan naar binnen en zetten de zware wasmand op de grond. Als het licht aan gaat ziet Johan tot zijn verbazing op de berg kolengruis een paar grote drollen liggen.

‘Hoe kan dat toch? Wie doet toch zoiets? En dan hier in de kerk’, vraagt Johan verward. Zijn vader antwoordt: ‘Dat doet de hond van de koster.’ Dat kan niet, denkt Johan. Hij kent alle honden uit Bergeijk en de koster heeft er geen. Nog voordat Johan verder kan vragen naar de herkomst van die verdwaalde drollen pakt zijn vader een schep en gooit ze samen met wat kolengruis de verwarmingsketel in. Wat is er hier toch allemaal aan de hand, denkt Johan.

Een lange tijd later ontdekt Johan dat de was en de ver­warming in de ovenruimte met voorbedachten rade waren opgezet door vader en moeder. Vader ging namelijk niet zomaar naar de kerk om de verwarming te stoken, vader was bij de ondergrondse en had er onderduikers verborgen. De was, die moeder iedere avond expres voor hem klaarzette, was een dekmantel voor de onderduikers. Kwam vader de volgende ochtend niet terug om de was op te halen, dan wisten de onderduikers dat het niet veilig was en er mogelijk een razzia dreigde.

Pas na de oorlog durft Johan aan zijn vader te vragen waarom die drollen daar lagen. Zijn vader vertelt hem dat hij iets moest verzinnen om verborgen te houden dat ze eigenlijk van de onderduikers waren. “Het waren wel een paar stommeriken, want waarom hebben die zelf niet even wat gruis over de drollen geschept, dan had niemand er ooit iets zien liggen.” zegt vader.

De geheimzinnigheid van zijn vader heeft Johan altijd gehouden, zelfs nog vele jaren na de oorlog. Vanaf 1989 ging Johan zelf op pad met zijn recorder in Bergeijk om van alle inwoners de persoonlijke oorlogsverhalen op te halen. Ook ontrafelde hij vele mysteries rondom de vliegtuigcrashes in de omgeving Bergeijk vanuit diezelfde oorlogstijd. Met zijn 85-jarige leeftijd is hij nu nog steeds druk bezig met de oorlogsgebeurtenissen van toen.

 

 

FOTO
De familie Biemans in 1944, vlak na de bevrijding. Johan draagt het donkere broekpak.
(Afbeelding: privébezit Johan Biemans, 1944)

SAMENWERKENDE PARTNERS